ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2469
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over procespositie bewindvoerder bij ontbinding huurovereenkomst
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarbij een huurovereenkomst tussen de verhuurder en de rechthebbende is ontbonden en ontruiming is bevolen. De bewindvoerder van de rechthebbende stelt dat hij niet als partij is betrokken, terwijl de vordering betrekking heeft op onder bewind gestelde goederen.
De kantonrechter onderzoekt of de bewindvoerder als procespartij kan optreden, of hij moet worden gedagvaard en tegen wie de vordering moet worden ingesteld bij ontbinding van een huurovereenkomst die vóór het bewind is gesloten. Er is onduidelijkheid over de kennis van de verhuurder over de onderbewindstelling.
De kantonrechter is voornemens deze drie rechtsvragen voor te leggen aan de Hoge Raad vanwege het grote aantal vergelijkbare zaken en het belang voor de rechtspraktijk. De zaak wordt aangehouden tot beantwoording van deze prejudiciële vragen.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de procespositie van de bewindvoerder.