ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ7186
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor tussenkomst verzekeraar bij provisionele vordering tot opheffing beslag
In deze zaak vordert woningstichting Servatius schadevergoeding van haar voormalige bestuurder en toezichthouders. Servatius heeft conservatoir beslag gelegd op de rechten van deze bestuurders en toezichthouders uit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering bij Achmea. Achmea verzoekt toestemming om tussen te komen in het geding om een provisionele vordering tot opheffing van het beslag in te stellen, omdat zij belang heeft bij het beperken van haar kostenrisico.
De rechtbank overweegt dat tussenkomst op grond van artikel 217 Rv Pro in beginsel niet is toegestaan wanneer een derde alleen een eigen vordering wil instellen zonder belang bij de hoofdzaak. Echter, nadat enkele gedaagden een provisionele vordering tot opheffing van het beslag hebben ingediend, is het opheffen van het beslag onderdeel van het geding geworden. Hierdoor heeft Achmea belang bij de uitkomst en mag zij tussenkomen.
Servatius betoogt dat tussenkomst de procedure onnodig complex maakt en dat Achmea geen materieel belang heeft, maar de rechtbank oordeelt dat dit belang wel aanwezig is en dat het doelmatiger is om de vorderingen gezamenlijk te behandelen. De rechtbank staat Achmea toe tussen te komen voor zover het betreft de provisionele vordering tot opheffing van het beslag en compenseert de kosten van het incident zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Achmea wordt toegestaan tussen te komen voor de provisionele vordering tot opheffing van het beslag, met kostencompensatie tussen partijen.