ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ9112
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering tijdelijke huurovereenkomst woonruimte
Partijen zijn betrokken bij een geschil over de ontruiming van een woning die door verhuurder tijdelijk is verhuurd in afwachting van verkoop. De huurovereenkomst was aangegaan voor de periode van 1 mei 2012 tot 30 april 2013, met een optie tot verlenging van drie maanden in onderling overleg. Verhuurder had de woning verkocht en wenste deze per 30 april 2013 ontruimd te krijgen.
Huurder stelde dat de huurovereenkomst niet van korte duur was en dat huurbescherming van toepassing was, omdat hij de woning voor een langere periode wilde huren en dit ook vooraf had kenbaar gemaakt. Verhuurder betwistte dit en stelde dat de overeenkomst juist een tijdelijk karakter had, mede omdat de woning te koop stond en verhuur diende om leegstand en kraak te voorkomen.
De kantonrechter overwoog dat de huurovereenkomst gezien de aard van het gebruik en de intenties van partijen een tijdelijk karakter heeft in de zin van artikel 7:232 lid 2 BW Pro, waardoor de huurbeschermingsregels niet van toepassing zijn. De vordering tot ontruiming is daarom toewijsbaar. Er is sprake van een spoedeisend belang vanwege de verkoop en de leveringsdatum aan de koper. Huurder krijgt een ontruimingstermijn van drie dagen en wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving. De machtiging voor verhuurder om zelf met de sterke arm te ontruimen wordt afgewezen, omdat dit exclusief aan de deurwaarder toekomt.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen met dwangsom, vordering tot zelfontruiming door verhuurder wordt afgewezen.