Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift ex artikel 1019 Rv Pro (deelgeschil) met zeven producties, ingekomen ter griffie op 16 januari 2014;
- het verweerschrift van JBZ c.s., ingekomen ter griffie op 9 april 2014;
- het (buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte) proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 16 april 2014;
- de brief van mr. Gregoor voornoemd van 28 april 2014 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
Zitten: niet beperkt.
Staan: niet beperkt.
Lopen: niet beperkt.
Trap lopen: niet beperkt.
Klimmen en klauteren: niet beperkt.
Knielen, kruipen en hurken: niet beperkt.
Gebruik van de nek: niet beperkt.
Gebogen werken: niet beperkt.
Kort cyclisch buigen en torderen: niet beperkt.
Reiken: niet beperkt.
Bovenhands werken: niet beperkt.
Tillen: cliënte moet uit hoofde van haar beroepswerkzaamheden vaak kinderen optillen. Dit veroorzaakt pijn in en om het litteken. De problemen ontstaan vooral bij wat zwaardere lasten, die langdurig moeten worden vastgehouden. Derhalve tillen: licht tot matig beperkt.
Duwen en trekken: niet beperkt.
Dragen: zie tillen, licht tot matig beperkt.