Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
- medeplegen van in de uitoefening van een beroep/bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
1.De vordering.
2.Het vonnis in de hoofdzaak.
3.De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
- Locatie [adres 2] te Dordrecht € 80.390,-
- Locatie [adres 3] te Papendrecht € 173.511,24
- Locatie [adres 4] te Culemborg € 87.568,-
- Locatie [adres 5] te Oss € 8.896,-
- Locatie [adres 7] te Heteren € 75.056,-
€ 425.421,24.
€ 85.084,24.
4.De draagkracht van veroordeelde.
€ 85.084,24(vijfentachtigduizendvierentachtig euro en vierentwintig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.