Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 mei 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2010.
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn inmiddels gescheiden. De rechtbank behandelt de verdeling van hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, waaronder een woning, een appartement, een woning en perceel in het buitenland, een levensverzekering, inboedel en bankrekeningen.
De woning wordt aan de vrouw toegewezen onder voorwaarde dat de man wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek. Indien dit niet lukt, moet de woning worden verkocht en de opbrengst verdeeld. Het appartement wordt eveneens aan de vrouw toegewezen onder dezelfde voorwaarde. De vrouw had het appartement zelfstandig verhuurd zonder instemming van de man, waardoor de rechtbank het niet billijk acht om het appartement tegen de waarde in verhuurde staat toe te delen. Daarom wordt het appartement toegekend tegen de waarde in onverhuurde staat, ondanks dat de verhuur een lagere waarde vertegenwoordigt.
De woning en het perceel in het buitenland moeten worden verkocht aan een derde en de opbrengst gelijkelijk verdeeld. De levensverzekering wordt aan de vrouw toegewezen indien de man wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid, anders wordt de polis opgeheven en de waarde verdeeld. De inboedel en bankrekeningen worden verdeeld zoals overeengekomen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het appartement wordt tegen waarde in onverhuurde staat aan de vrouw toegewezen vanwege haar zelfstandige verhuur zonder instemming van de man.