ECLI:NL:RBOBR:2014:7175
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.A.J. Zijlstra
- F.M. Tadic
- I. Ravenschlag
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering na eerste ziektejaar op grond van Wet BeZaVa
Eiser was sinds 1998 productiemedewerker en meldde zich op 8 februari 2013 ziek vanwege rug- en psychische klachten. Verweerder beëindigde op 16 januari 2014 de Ziektewetuitkering per 8 maart 2014, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) zorgvuldig was, mede door raadpleging van de behandelend psycholoog en de primaire arts. De klachten van eiser werden niet onderschat en het medisch rapport werd niet door nieuw medisch bewijs weersproken. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geduide functies passend waren, ondanks enkele beperkingen van eiser.
Eiser voerde aan dat functies ongeschikt waren vanwege taalbeheersing, computergebruik en fysieke beperkingen, maar de rechtbank verwierp deze gronden op basis van de wettelijke criteria en het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank concludeerde dat eiser met de geduide functies een loon kan verdienen dat leidt tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, waardoor de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 27 november 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.