Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2014 in de zaken tussen
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
Rechtbank Oost-Brabant
Eisers, bewoners van recreatiewoningen op het recreatiepark Maaspark de Lithse Ham, maakten bezwaar tegen leges van € 325,- per aanvraag voor persoonsgebonden gedoogbeschikkingen voor permanent bewonen in strijd met het bestemmingsplan. Verweerder had de bezwaren van meerdere eisers in één geschrift behandeld, wat volgens de rechtbank in strijd is met artikel 24a van de AWR. Dit formele gebrek wordt echter gepasseerd omdat geen belangen zijn geschaad.
De rechtbank stelt vast dat de legesheffing gebaseerd is op de Legesverordening Oss 2012 en dat de verleende gedoogbeschikkingen een dienst vormen die in overheersende mate het individuele belang van eisers dient, conform artikel 229 van Pro de Gemeentewet. Eisers voerden dat het een publieke taak betreft en dat de heffing discriminerend en willekeurig is, maar de rechtbank verwierp deze stellingen en bevestigde de bevoegdheid van verweerder tot legesheffing.
Verder verklaarde de rechtbank meerdere beroepen niet-ontvankelijk omdat aan die eisers geen aanslagen waren opgelegd. Ook werden bezwaren van twee eisers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen leges aanslagen ontvingen. De rechtbank corrigeerde ten slotte onterecht geheven griffierechten en wees een proceskostenveroordeling af. Het beroep werd in alle overige gevallen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen zijn grotendeels niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond, en de legesheffing voor persoonsgebonden gedoogbeschikkingen is bevestigd als rechtmatig.