Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 275,00 heeft ontvangen op grond van de regeling categoriale bijzondere bijstand en dat hij voorts een langdurigheidstoeslag van € 341,00 en een tegemoetkoming Wtcg van € 342,00 heeft ontvangen. Daarnaast heeft eiser een sociale lening afgesloten van € 1.500,00 die op
31 juli 2014 is uitbetaald en waarvan eiser een fiets met trapondersteuning heeft aangeschaft. Verweerder voert aan dat het bezwaar een volledige heroverweging is en dat verweerder in dat verband de optie voor een ombouwset voor ombouw van een normale fiets naar een fiets met trapondersteuning, heeft mogen meenemen. Deze ombouwset biedt een goedkoper alternatief dan de aanschaf van een fiets met trapondersteuning en wordt door diverse leveranciers in de markt gezet. Verder merkt verweerder op dat de technische staat van de fiets van eiser niet bij het oordeel is betrokken omdat het aan eiser is om te zorgen voor een adequate fiets. Voorts geeft verweerder aan dat de hardheidsclausule niet van toepassing is op eiser omdat zijn financiële draagkracht voldoende is voor het aanschaffen van een fiets met trapondersteuning. Ten slotte verwijst verweerder naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 1 oktober 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3201) waarin is geoordeeld dat een fiets met trapondersteuning kan worden aangemerkt als algemeen gebruikelijke voorziening.
28 mei 2014 in het kader van de afdoening buiten bezwaar, toezeggingen zijn gedaan. De rechtbank merkt deze grief aan als een beroep op het vertrouwensbeginsel.
28 mei 2014 met verweerder in ieder geval door partijen is afgesproken dat eiser, in het kader van zijn aanvraag voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo, de kosten voor een gewone fiets zou dragen en dat verweerder de meerkosten voor een elektrische fiets zou vergoeden. Eiser en zijn gemachtigde hebben aangegeven dat partijen tijdens voornoemd gesprek zijn overeengekomen dat er nog duidelijkheid moest komen over de kosten van een elektrische fiets waarvan de verwachting was dat die kosten lagen tussen