ECLI:NL:RBOBR:2015:157
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invloed Wet verbod pelsdierhouderij op WOZ-waarde pelsdierhouderij
Eiseres, eigenaar van een pelsdierhouderij, betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak per 1 januari 2013. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de op 15 januari 2013 inwerking getreden Wet verbod pelsdierhouderij invloed had op de waarde op de waardepeildatum. De Wet verbood het houden van pelsdieren, maar kende een uitfaseringsperiode tot 1 januari 2024 voor bestaande bedrijven.
De rechtbank stelde vast dat op de waardepeildatum het verbod nog niet van kracht was, maar dat een potentiële koper rekening hield met het aanstaande verbod. Verweerder had de waarde vastgesteld op € 769.000, onderbouwd met een taxatierapport en een verkooptransactie uit 2012. Eiseres voerde aan dat alleen de waarde voor alternatief gebruik relevant was, maar de rechtbank oordeelde dat de waarde ook de mogelijkheid tot gebruik gedurende de uitfaseringsperiode omvatte.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde waarde niet te hoog was en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde correct was bepaald volgens de Wet WOZ. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de pelsdierhouderij per 1 januari 2013 is ongegrond verklaard.