Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
rundersnippers 70/30 werden besteld. [getuige 1], directielid van [bedrijf 3], heeft verklaard dat [bedrijf 3] altijd rundersnippers bestelde en ook [getuige 2], inkoper van [bedrijf 8] (hierna: [bedrijf 8]), heeft verklaard dat [bedrijf 8] enkel en specifiek rundvlees bestelde bij [verdachte]. Ook op de onderliggende CMR’s en de in- en uitslagbonnen van het vrieshuis [bedrijf 6] die betrekking hebben op de leveranties aan de afnemers staat, voor zover deze zijn aangetroffen steeds vermeld dat het gaat om rundersnippers 70/30.
- Het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- De gedraging past in de normale bedrijfsuitvoering van de rechtspersoon;
- De gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het uitgeoefende bedrijf;
- De rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op voorkoming van die gedraging.