Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juni 2015 in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
de burgemeester van de gemeente Vught, verweerder
Somerset Real Estate XII B.V., te Oisterwijk
Rechtbank Oost-Brabant
De burgemeester van de gemeente Vught legde een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs, aangetroffen op 1 april 2015. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van de sluiting totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat softdrugs in handelshoeveelheid in de woning waren aangetroffen. Echter, de rechter oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat het niet voldeed aan het uitgangspunt van de wetgever dat bij een eerste overtreding doorgaans een waarschuwing of soortgelijke maatregel moet worden gegeven in plaats van directe sluiting.
De burgemeester had geen schriftelijk beleid vastgesteld maar hanteerde als uitgangspunt sluiting bij aantreffen van handelshoeveelheid softdrugs, met ruimte voor afwijking. De voorzieningenrechter vond dat dit beleid niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de belangen van verzoeker, die door sluiting op straat zou komen te staan zonder alternatieven, onvoldoende waren meegewogen.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en het besluit tot sluiting geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar vanwege onvoldoende motivering en het niet volgen van het uitgangspunt van een waarschuwing bij eerste overtreding.