Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel, verweerder
[persoon 1], te [woonplaats], gemachtigde: mr. J. van Groningen.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres, eigenaresse van een perceel met bedrijfsbebouwing en inpandige woning, verzocht om intrekking van een in 2003 opgelegde last onder dwangsom gericht aan haar overleden echtgenoot. De last onder dwangsom betrof een bouwvergunning en was onherroepelijk geworden. Verweerder wees het verzoek af, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat de last onder dwangsom persoonsgebonden was en uitsluitend gericht aan de overleden echtgenoot, die de aangewezen overtreder was. Eiseres kon daarom geen dwangsommen verbeuren en had geen procesbelang bij de behandeling van het bezwaarschrift. Ook was zij niet als belanghebbende aan te merken, waardoor zij geen verzoek tot intrekking van de last onder dwangsom kon indienen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.H.M. Verhoeven op 8 juni 2015.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en belanghebberschap.