Uitspraak
200105798/1overwogen dat voor het aanbrengen van de woonvoorzieningen een bouwvergunning is vereist.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Boekel legde appellant een last onder dwangsom op om de woning op het perceel in overeenstemming te brengen met de bouwvergunning van 1985. Appellant had de woning gebouwd in afwijking van deze vergunning. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze last ongegrond, waarna de voorzieningenrechter het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaarde.
Appellant stelde onder meer dat de bewoning onder het overgangsrecht viel en dat er een afspraak bestond met het college uit 1984 die de bouw zou rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het overgangsrecht geen bouwvergunning vervangende titel biedt en dat de afspraak uit 1984 niet meer van toepassing was, aangezien de vader van appellant de bedrijfswoning al in 2000 had verlaten.
Verder werd geoordeeld dat het handhavend optreden van het college proportioneel en gerechtvaardigd was, dat de last voldoende duidelijk was en dat de dwangsom in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang. De begunstigingstermijn werd eveneens als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.