Eiser, eigenaar van een perceel nabij het plangebied Terlo, heeft beroep ingesteld tegen drie watervergunningen verleend door verweerder aan vergunninghouder. Deze vergunningen betreffen maatregelen ter verbetering van de waterhuishouding in het kader van woningbouwontwikkeling in Terlo. Eiser vreesde toegenomen wateroverlast en stelde dat de vergunningen onvoldoende waren voorbereid en niet voldeden aan beleidsuitgangspunten.
De rechtbank stelde vast dat de vergunningen deels afwijken van de onderliggende rapporten en dat er kennishiaten bestaan over het watersysteem. De Stichting advisering bestuursrechtspraak (StAB) concludeerde dat de vergunningen niet volledig voldoen aan de normen, vooral omdat de neerslagsituatie T=10 niet adequaat was onderzocht. Verweerder had onvoldoende onderzoek verricht en had een monitoringsverplichting moeten verbinden aan de vergunningen.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningen daarom onvoldoende zorgvuldig waren voorbereid en vernietigde de besluiten, met uitzondering van de voorschriften inzake monitoring. De rechtbank legde een monitoringsverplichting op conform het monitoringsplan Terlo van 15 juni 2015, waarbij vergunninghouder jaarlijks gegevens aan bewoners moet verstrekken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.