ECLI:NL:RBOBR:2015:413
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen sluiting woonwagen wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Oss om haar woonwagen voor drie maanden te sluiten vanwege handel in cocaïne vanuit haar woning door haar ex-partner. De politie had meerdere processen-verbaal overlegd waaruit bleek dat de woning als centraal punt voor drugshandel werd gebruikt. Eiseres stelde dat zij niets van de handel wist en dat de sluiting niet meer nodig was omdat haar ex-partner in detentie zat.
De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet gegeven was, omdat handelshoeveelheden cocaïne waren aangetroffen op het erf. De gestelde onwetendheid van eiseres deed hieraan niet af. Ook het argument dat de sluiting niet meer nodig was omdat de handel was beëindigd, werd verworpen omdat het beleid ook gericht is op het herstellen van de openbare orde en het verbreken van de loop naar de locatie.
Verder oordeelde de rechtbank dat de periode van bijna vier maanden tussen detentie en sluiting niet onredelijk was gezien de zorgvuldigheidseisen bij bestuursdwang. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat niet was gesteld dat de situatie van de andere woning gelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woonwagen wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard.