ECLI:NL:RVS:2014:1070
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horecapand wegens handel in harddrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
Bij besluit van 6 juni 2012 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch gelast het horecapand aan een locatie in de stad voor onbepaalde tijd, met een minimale duur van een jaar, te sluiten wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. De exploitant van het pand, appellant, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester en later door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond werd verklaard.
De Raad van State overwoog dat de burgemeester bevoegd is tot het opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet indien in het pand een hoeveelheid harddrugs aanwezig is die duidt op verkoop of verstrekking. In dit geval werd 11,3 gram harddrugs aangetroffen, wat ruim boven de grens voor eigen gebruik ligt, en bovendien grote hoeveelheden contant geld. De exploitant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de drugs niet bestemd waren voor verkoop.
Verder oordeelde de Raad dat het door de burgemeester gehanteerde beleid, waarbij sluiting voor onbepaalde tijd met een minimum van een jaar wordt opgelegd, niet kennelijk onredelijk is. Ook persoonlijke verwijtbaarheid speelt geen rol bij de bevoegdheid tot sluiting. Het beroep van appellant, waaronder het betoog dat hij onrechtvaardig is behandeld en dat er onduidelijkheden zijn in het proces-verbaal, faalt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van het horecapand wordt bevestigd.