Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 november 2014
- de akte van [eiser]
- de akte van Van Lanschot.
2.De verdere beoordeling
11.610,00
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens onrechtmatige informatieverstrekking door zijn voormalige werkgever Van Lanschot na zijn ontslag. De rechtbank bevestigt dat Van Lanschot onrechtmatig heeft gehandeld door Rabobank te informeren over het ontslag van eiser op staande voet en een lopende bodemprocedure.
De rechtbank beoordeelt de omvang van de schadevergoeding, waarbij de contante waarde van de inkomensderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd wordt vastgesteld op €574.439,47 na correctie van rekenrente en sterftekans. Daarnaast wordt een belastingschade van €30.000,00 ex aequo et bono vastgesteld.
De rechtbank weegt vervolgens de kansen van eiser op het vinden van een nieuwe dienstbetrekking en concludeert dat deze kans kleiner is dan de kans op geen inkomen uit arbeid. Daarom wordt de schadevergoeding begroot op 70% van het totale bedrag, zijnde €423.107,00 bruto, verminderd met €26.400,00 netto. Van Lanschot wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding, proceskosten en wettelijke rente vanaf 1 december 2011. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Van Lanschot wordt veroordeeld tot betaling van €423.107,00 bruto schadevergoeding minus €26.400,00 netto, met wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatige informatieverstrekking.