ECLI:NL:RBOBR:2015:4748
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- M. van de Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woningen wegens hennepkwekerijen
Verzoekers, huurders van woningen met standplaatsen, werden geconfronteerd met besluiten tot sluiting van hun woningen voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege aangetroffen hennepkwekerijen in tuinhuisjes op aangrenzende percelen.
De burgemeester stelde dat de tuinhuisjes feitelijk deel uitmaken van het woongenot van de woningen en dat drugsverhandeling niet anders dan via de woningen kan plaatsvinden. Verzoekers betwistten dit en voerden aan dat de tuinhuisjes op grond staan die zij niet huren en dat drugs via andere wegen verhandeld kunnen worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de feitelijke situatie en politieconstateringen de verbinding tussen tuinhuisjes en woningen rechtvaardigen. De enkele betwisting van verzoekers en foto's van openingen in schuttingen boden onvoldoende aanleiding tot twijfel.
Verder was de proportionaliteit van de sluiting niet betwist door verzoekers. De voorzieningenrechter concludeerde dat de bezwaren geen redelijke kans van slagen hebben en wees de verzoeken tot voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken tot voorlopige voorziening af en bevestigt de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van de woningen.