Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2015 in de zaak tussen
[verzoeker 1] ,
Procesverloop
aan verzoekers en aan [persoon 1] een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van de woning en de bijgebouwen aan [adres 1] te [woonplaats] voor drie maanden. De sluiting gaat in op 1 september 2015 en duurt tot en met 1 december 2015.
verzoekers aanwezig waren [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , bijgestaan door hun gemachtigde, en waar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren aanwezig [persoon 1] en [persoon 2] , de zoon van het echtpaar [verzoekers 2]
Overwegingen
> 30 gram, ontvangen zij een op schrift gestelde waarschuwing. Deze waarschuwing geldt voor een termijn van 2 jaar. Bij een 2de overtreding van de Opiumwet in een woning of bij woningen behorende erven vindt er een sluiting plaats van drie maanden. Bij een 3de overtreding van de Opiumwet binnen twee jaar na de tweede constatering vindt er een sluiting plaats van 6 maanden en bij een 4de overtreding binnen twee jaar na de derde constatering een sluiting van 12 maanden. Bij een 5de overtreding binnen twee jaar na de vierde constatering, volgt sluiting voor onbepaalde tijd.
[persoon 2] ter zitting verklaard dat hij de politie heeft voorgesteld om ook verweerder in te lichten over de verplaatsing van de handelsvoorraad van de vorige locatie in Oss naar [adres 1] in [woonplaats] , maar dat de politie dit voorstel niet heeft overgenomen. Ter zitting is gebleken dat, anders dan verweerder in de bestreden besluiten heeft aangenomen, de vorige woning van het echtpaar [verzoekers 2] in Oss niet langer beschikbaar is. Voorts is gesteld dat de heer [verzoeker 2] in verband met dementie de neiging heeft om van huis weg te lopen en dat ook om die reden is gekozen voor verhuizing van het echtpaar naar het omheinde perceel aan [adres 1] in [woonplaats] .
de voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat het (aanvullend) verzoekschrift in beide zaken gelijkluidend is; 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
mr. D.M. Manie, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 september 2015.