ECLI:NL:RBOBR:2015:5587
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking naheffingsaanslag parkeerbelasting
Eiser kreeg op 26 september 2014 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het niet zichtbaar plaatsen van een parkeerkaartje achter de voorruit van zijn auto. Tijdens de bezwaarprocedure overhandigde eiser alsnog een parkeerkaartje, waarop de aanslag werd ingetrokken. Eiser vorderde vervolgens vergoeding van de proceskosten in bezwaar, welke door verweerder werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het intrekken van de aanslag niet betekent dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. De waarneming van de parkeercontroleur dat geen kaartje zichtbaar was, werd niet betwist en de wettelijke verplichting tot zichtbaarheid van het kaartje was kenbaar. Het betoog van eiser dat hij onvoldoende gelegenheid had om een kaartje te kopen, werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid en wijst het beroep van eiser af. Ook een verzoek tot proceskostenveroordeling wegens misbruik van procesrecht wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.