ECLI:NL:RBOBR:2015:6130
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van ‘t Klooster
- I.S. Peskens
- F.M. van Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WW-uitkering Defensiepersoneel bij 65 jaar geen verboden leeftijdsdiscriminatie
Eiser, geboren op 22 januari 1950, maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn loongerelateerde WW-uitkering per 1 januari 2015, omdat hij toen 65 jaar werd. Hij stelde dat dit onderscheid op grond van leeftijd is en in strijd met de Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de arbeid (WGBL). Volgens eiser leidt dit tot een tijdelijke inkomensterugval vanwege het AOW-hiaat, omdat zijn AOW pas vanaf 22 april 2015 ingaat.
De rechtbank overwoog dat het Werkloosheidsbesluit Defensiepersoneel een homogene groep betreft die recht heeft op verlenging van de uitkering tot de maand waarin men 65 jaar wordt. Dit geldt voor alle uitkeringsgerechtigden binnen die groep, ongeacht hun exacte AOW-leeftijd. De rechtbank zag hierin geen verboden onderscheid, omdat ook jongere uitkeringsgerechtigden bij het bereiken van 65 jaar hun uitkering beëindigd zien, en het AOW-hiaat bij jongere personen zelfs groter kan zijn.
De rechtbank verwierp de analogie met eerdere uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens over andere uitkeringen, omdat die uitkeringen een ander karakter hebben, zoals (pre)pensioenuitkeringen met een andere wettelijke grondslag en voorwaarden. Het nadeel van het AOW-hiaat bij eiser is volgens de rechtbank het gevolg van de wetgeving omtrent de verhoging van de AOW-leeftijd en niet van verboden leeftijdsdiscriminatie.
De rechtbank wees erop dat er binnen het Sectoroverleg Defensie een compensatieregeling is getroffen voor het AOW-hiaat, maar dat dit buiten de reikwijdte van het geding valt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de loongerelateerde WW-uitkering bij het bereiken van 65 jaar wordt ongegrond verklaard.