ECLI:NL:RBOBR:2015:6734
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift
Verdachte heeft in de periode van april 2007 tot en met oktober 2012 voor zijn eigen bedrijf meerdere keren opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan, waardoor hij te veel terugontving en te weinig afdroeg. Daarnaast maakte hij valselijk aangiften op naam van zijn echtgenote en vervalste formulieren voor voorlopige aanslagen inkomstenbelasting op zijn eigen naam.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit met betrekking tot de aangiften van zijn echtgenote, omdat niet was vastgesteld dat hij als aangifteplichtige kon worden aangemerkt. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte valsheid in geschrift pleegde met betrekking tot deze aangiften en de formulieren voorlopige aanslag.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en legde een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, het voordeel dat verdachte behaalde, het nadeel voor de Belastingdienst, en de schending van vertrouwen in de financiële dienstverlening. Verweer tegen overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.