ECLI:NL:HR:1998:AA2367
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag loonbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1992-1993. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Hof bevestigde deze uitspraak, stellende dat belanghebbende geen aangifte had gedaan en de bewijslast niet had geleverd om dit te weerleggen.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte oordeelde dat geen aangifte was gedaan, mede omdat geen aangiftebiljet was uitgereikt. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof onbegrijpelijk en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar het Hof Arnhem voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest.
De Hoge Raad besloot tevens dat belanghebbende het griffierecht voor de cassatieprocedure vergoed krijgt en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van proceskosten aan de zijde van belanghebbende. De zaak betreft de uitleg en toepassing van de aangifteplicht volgens artikel 29 lid 2 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.