ECLI:NL:RBOBR:2015:764
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op ontploffing bij openzetten gaspitten
Op 29 juli 2014 draaide verdachte in zijn woning in Eindhoven een of meer gaspitten open zonder open vuur, waarna hij de politie waarschuwde. Verdachte verklaarde wisselend dat het een schreeuw om aandacht was, dat hij zichzelf van het leven wilde beroven, of dat hij per ongeluk het gas had laten staan tijdens het koken. De rechtbank achtte de laatste verklaring ongeloofwaardig en concludeerde dat verdachte bewust het gas openzette met de intentie zichzelf van het leven te beroven.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit (opzettelijk ontploffing veroorzaken) maar eiste veroordeling voor het subsidiaire feit van voorbereiding van ontploffing. De verdediging stelde dat verdachte geen opzet had op ontploffing, mede vanwege zijn beperkte verstandelijke vermogens, en vroeg vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging bij bewezenverklaring.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte bekend was met de risico's van zijn handelen voor anderen dan zichzelf, noch dat hij de aanmerkelijke kans op een ontploffing heeft aanvaard. Dit mede gelet op zijn zwakzinnigheid, alcoholgebruik en het rapport van een GZ-psycholoog. Ook het meer subsidiaire feit van bedreiging werd niet bewezen geacht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 16 februari 2015.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op het veroorzaken van een ontploffing.