Eiser is in beroep gekomen namens vermeende erfgenamen van een sinds 1988 onverdeeld gebleven nalatenschap met betrekking tot een perceel. Hij heeft echter geen verklaring van erfrecht overgelegd, noch aangetoond dat hij gemachtigd is namens de overige erfgenamen of de boedel op te treden. De rechtbank heeft eiser verzocht deze verklaring te overleggen, maar deze is niet verstrekt.
Tijdens de zitting verklaarde eiser weliswaar erfgenaam en executeur-testamentair te zijn, maar kon hij de gevraagde verklaring niet tonen en verwees naar een akte en het feit dat hij waterschapslasten betaalt. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is om zijn bevoegdheid vast te stellen.
Zonder verklaring van erfrecht kan niet worden vastgesteld wie de erfgenamen zijn en of eiser belanghebbende is in de zin van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het beroep niet ontvankelijk is, is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.