ECLI:NL:RBOBR:2016:1959
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging uitkering op grond van kostendelersnorm wegens onvoldoende motivering en onderzoek
Eiser woonde in een houten huisje zonder eigen douche en toilet, gelegen op een perceel eigendom van een zakelijke partner. Verweerder verlaagde de uitkering van eiser op grond van de kostendelersnorm, omdat eiser niet in een zelfstandige woonruimte zou verblijven en er geen sprake zou zijn van een commerciële huurprijs.
Eiser betwistte de zelfstandigheid van de woonruimte en stelde dat de huurprijs commercieel was en betalingen met kwitanties konden worden aangetoond. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de huurprijs en de zelfstandigheid van de woonruimte, en had onvoldoende gemotiveerd waarom kwitanties niet als bewijs van betaling werden geaccepteerd.
De rechtbank oordeelde dat de houten woning geen zelfstandige woonruimte is volgens vaste jurisprudentie, maar verweerder onvoldoende had onderzocht of de huurprijs commercieel was en of de betalingen waren voldaan. Daarom was het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de uitkering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.