ECLI:NL:RBOBR:2016:2989
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade aan woningscheidende muur door onvoldoende verwarming leegstaande woning
In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van schade aan de woningscheidende muur van zijn woning, veroorzaakt door onvoldoende verwarming van de naastgelegen leegstaande woning van gedaagde.
Een deskundigenrapport concludeert dat condensatie en schade aan de muur het gevolg zijn van een te lage kamertemperatuur in de woning van gedaagde, onder de 7°C tijdens vorstdagen. Gedaagde heeft het gelaste deskundigenonderzoek niet betaald, waardoor het rapport van eiser als uitgangspunt wordt genomen.
De kantonrechter verwerpt het verweer van gedaagde dat het probleem bouwfysisch aan de zijde van eiser ligt en oordeelt dat gedaagde onrechtmatig handelt door onvoldoende te verwarmen. De vordering tot een verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan zelfstandig belang.
Eiser krijgt een beperkte schadevergoeding van €100 toegewezen plus wettelijke rente, en gedaagde wordt veroordeeld om zijn woning minimaal op 8°C te verwarmen, met een dwangsom van €250 per dag bij niet-naleving tot een maximum van €5.000. Verder wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot schadevergoeding en het handhaven van minimaal 8°C in zijn woning met dwangsom bij niet-naleving.