ECLI:NL:RBOBR:2016:3643
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs in verkeersongeval met motoragent
Op 4 juli 2014 reed verdachte met een bedrijfsauto linksaf vanaf de middenberm de Ruwaardsingel in Oss op, waarbij hij geen voorrang verleende aan een van rechts naderende politiemotor die optische en geluidssignalen voerde. De motoragent botste met hoge snelheid tegen de achterzijde van de bestelauto en liep ernstig letsel op.
De officier van justitie stelde dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig had gereden door signalen niet tijdig waar te nemen en geen voorrang te verlenen, wat wettig en overtuigend bewezen zou zijn. De verdediging pleitte integrale vrijspraak, stellende dat geen sprake was van zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag of concrete gevaarzetting.
De rechtbank oordeelde dat verdachte voldoende zicht had en dat het continu voeren van optische en geluidssignalen door de motoragent niet vaststond, mede gelet op verklaringen van getuigen die het tegendeel suggereerden. De rechtbank kwalificeerde het niet verlenen van voorrang als een verkeersfout, maar niet als zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994. Ook het subsidiair ten laste gelegde gevaarzettend rijgedrag werd niet bewezen geacht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. Elke partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor schuld en gevaarzetting in verkeersongeval.