Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2016 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge artikel 7, eerste lid, van Vo 604/2013 zijn de in hoofdstuk III vastgestelde criteria, aan de hand waarvan de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald, van toepassing in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst.
Ingevolge artikel 7, tweede lid, van Vo 604/2013, wordt welke lidstaat met toepassing van de in hoofdstuk III beschreven criteria de verantwoordelijke lidstaat is, bepaald op grond van de situatie op het tijdstip waarop de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming voor de eerste maal bij een lidstaat indient.
Ingevolge artikel 9 van Pro Vo 604/2013 is, wanneer een gezinslid van de verzoeker, ongeacht of het gezin reeds in het land van oorsprong was gevormd, als persoon die internationale bescherming geniet is toegelaten voor verblijf in een lidstaat, deze lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, mits de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dat wensen.
Ingevolge artikel 17, eerste lid, van Vo 604/2013 kan elke lidstaat, in afwijking van artikel 3, eerste lid, besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres, begroot op € 992,00.