ECLI:NL:RBOBR:2016:4849
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vordering transitievergoeding bij opvolgend werkgeverschap na faillissement
Verzoeker was sinds 1996 in dienst bij verschillende vennootschappen binnen HRG-groep en verrichtte vergelijkbare werkzaamheden. Na faillissement van Macintosh en haar dochterondernemingen werd PSH de koper van activa van Pro Sport en nam verzoeker tijdelijk in dienst.
Verzoeker vorderde transitievergoeding van PSH over de gehele periode vanaf 1996, stellende dat PSH opvolgend werkgever is. PSH betwistte dit, stellende dat zij slechts twee maanden werkgever was en geen opvolgend werkgeverschap bestond.
De kantonrechter oordeelde dat PSH als opvolgend werkgever moet worden beschouwd, omdat verzoeker feitelijk dezelfde werkzaamheden verrichtte voor de overgenomen winkels, vanuit dezelfde locatie en met dezelfde leaseauto. De overgang was ingegeven door organisatorische wijzigingen binnen HRG. De toeslag van €1.000 per maand werd niet meegerekend in de berekening van de transitievergoeding.
PSH werd veroordeeld tot betaling van €36.228,61 bruto transitievergoeding plus wettelijke rente vanaf 24 mei 2016. Incassokosten werden afgewezen. PSH werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: PSH is veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €36.228,61 bruto aan verzoeker wegens opvolgend werkgeverschap.