ECLI:NL:RBOBR:2016:5035
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige zonder bewijs van binnendringen
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige die toen onder de zestien jaar was. De tenlastelegging betrof onder meer het seksueel binnendringen, maar hiervoor ontbrak wettig en overtuigend bewijs, waardoor verdachte op dat punt werd vrijgesproken.
De dagvaarding was ten dele nietig verklaard wegens innerlijke tegenstrijdigheid, specifiek voor de periode waarin het slachtoffer jonger dan twaalf jaar was, wat een bestanddeel van de delictsomschrijving is. De rechtbank achtte het overige ten laste gelegde, bestaande uit wederzijds aftrekken en betasten, wettig en overtuigend bewezen.
De strafmaat werd vastgesteld op 4 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief reclasseringstoezicht en ambulante behandeling gericht op preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €1.000,- toegekend aan het slachtoffer.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het misdrijf, de kwetsbare positie van het slachtoffer, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee. Verdachte was eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit, wat mede de strafbepaling beïnvloedde.
De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van bewijs, juridische normen en de belangen van slachtoffer en verdachte, met een nadruk op preventie en rehabilitatie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en toekenning van immateriële schadevergoeding van €1.000,- aan slachtoffer.