Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiser] te [woonplaats] ,
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand te Utrecht,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
mr. A. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2016.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand tot intrekking van toegekende vergoedingen voor verleende rechtsbijstand. De rechtbank Oost-Brabant heeft zich op 21 oktober 2016 uitgesproken over haar bevoegdheid in deze zaak.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:7 Awb Pro de bevoegde rechtbank bij beroep tegen besluiten van bestuursorganen afhankelijk is van het bestuursorgaan en de woonplaats van de eiser. Omdat de Raad voor Rechtsbijstand geen bestuursorgaan is als bedoeld in het eerste lid van artikel 8:7 Awb Pro, is de woonplaats van eiser bepalend. Nu eiser geen woonplaats in Nederland heeft, is de rechtbank binnen het rechtsgebied van de zetel van het bestuursorgaan bevoegd.
De Raad voor Rechtsbijstand heeft zijn zetel in Utrecht, waardoor de rechtbank Oost-Brabant niet bevoegd is. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en zendt het beroepschrift door aan de rechtbank Midden-Nederland. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep vindt niet plaats. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank Oost-Brabant verklaart zich onbevoegd en zendt het beroep door naar de rechtbank Midden-Nederland.