Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Stichting Neutraal Onderwijs Wilhelmina,
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen een werkneemster en de Wilhelminaschool over de vraag of de werkneemster recht heeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkneemster trad sinds september 2015 in meerdere tijdelijke dienstverbanden aan ter vervanging van een zieke collega. De CAO Primair Onderwijs 2014-2015 bevatte een afwijkende ketenregeling die een onbeperkt aantal tijdelijke contracten binnen drie jaar toestond zonder dat een vast dienstverband ontstond.
De werkneemster stelde dat deze afwijking niet meer van toepassing was vanaf 1 juli 2015 omdat de CAO was opgezegd en daarmee geëxpireerd. Volgens haar ontstond daarom op 12 oktober 2015, bij het vierde tijdelijke contract, een vast dienstverband. De Wilhelminaschool betwistte dit en stelde dat de CAO doorliep tot 1 juli 2016 op grond van de CAO-bepalingen en het overgangsrecht van de WWZ, waardoor de afwijkende ketenregeling bleef gelden.
De kantonrechter concludeerde dat de opzegging van de CAO inderdaad leidde tot expiratie per 1 juli 2015, ondanks dat de CAO zelf vermeldde dat deze bleef doorlopen tot een nieuw akkoord. Hierdoor was de nieuwe ketenregeling van de WWZ vanaf 1 juli 2015 van toepassing. De werkneemster had op 12 oktober 2015 een vierde tijdelijk contract gesloten binnen drie jaar, waardoor dit als een contract voor onbepaalde tijd moest worden beschouwd.
De kantonrechter wees het verzoek van de werkneemster toe en veroordeelde de Wilhelminaschool tot toelating tot de werkzaamheden, betaling van salaris en proceskosten. Het tegenverzoek tot voorlopig getuigenverhoor werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Er was geen sprake van opzegging door de werkgever, maar van een einde van rechtswege van het dienstverband.
Uitkomst: De werkneemster heeft vanaf 12 oktober 2015 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en wordt toegelaten tot haar werkzaamheden met betaling van salaris.