Eisers zijn eigenaar van een perceel met een afscheidingsmuur die de grens vormt met het perceel van gedaagden, achterburen. Eisers vorderen onder meer verwijdering van een tuinhuis, volière, terras en twee bomen die volgens hen op hun grond staan, gebaseerd op kadastrale kaarten die een grensstrook achter de muur aangeven.
De rechtbank stelt vast dat de erfgrens feitelijk wordt gevormd door de muur, zoals ook door de rechtsvoorgangster van eisers is aangenomen bij oprichting van de muur. Eisers heeft niet aangetoond eigenaar te zijn van de strook grond achter de muur en de vorderingen die daarop gebaseerd zijn worden afgewezen.
De rechtbank wijst het verweer van gedaagden dat de bomen verjaard zijn af, omdat de bomen pas recent boven de muur zijn uitgegroeid. Eisers ondervindt hinder van de bomen en de rechtbank veroordeelt gedaagden tot verwijdering van de bomen en het ongedaan maken van de verankering van het tuinhuis en volière in de muur.
Dwangsommen worden gematigd tot €100 per dag met een maximum van €10.000 en de buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot €925. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.