Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“(…) We geven uitleg en voorlichting over de toeristenbelasting en komen er gaande weg het gesprek al achter dat de belastingplicht niet bij meneer ligt. Hij verhuurt de locatie immers aan een bedrijf. Dit bedrijf gebruikt de locatie voor de plaatsing van werknemers. (…) Meneer geeft verder aan dat hij al verwacht had dat niet hij maar de huurder de belastingplichtige zou zijn en dat hij al contact heeft opgenomen met de heer [eiser] van het bedrijf. (…) De contactgegevens van de heer [eiser] heeft de [persoon 1] op een notitieblaadje staan. (…) In het areaalonderzoek zal er contact worden gezocht met de heer [eiser] . (…)”
“(…) Meneer geeft aan dat toeristenbelasting niet voor hem van toepassing is en hij wil verder ook geen contact met ANG maar het verder per se met de gemeente opnemen. (…) Een dag later krijgen we vanuit de gemeente een bericht dat er een brief is binnengekomen van de advocaat van de heer [eiser] . (…)”.
“(…) Uit de verordening toeristenbelasting van uw gemeente concluderen wij echter dat cliënt niet degene is die gelegenheid biedt tot verblijf met overnachting binnen uw gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetenen zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie van uw gemeente. Client is niet verantwoordelijk voor de exploitatie van de huisvesting aldaar. Om deze reden is uw brief van 15 oktober 2013 ook gericht aan het verkeerde adres. (…)”
“(…) Ten tijde van ons onderzoek zijn wij in gesprek gekomen met de eigenaar van het object aan de [adres 1] . De eigenaar heeft ten tijde van dit gesprek verklaard dat hij het pand verhuurt of verhuurd heeft gehad aan uw cliënt, de heer [eiser] . Volgens de eigenaar zou uw cliënt het pand onder meer gebruiken voor het tijdelijk huisvesten van werknemers van zijn bedrijf. Om die reden hebben wij getracht in gesprek te komen met u cliënt teneinde een en ander op te helderen. (…) Uit uw schrijven begrijpen wij dat uw cliënt van mening is dat hij niet verantwoordelijk is voor de huisvesting op het voornoemde adres en verder geen medewerking wenst te verlenen aan ons onderzoek. Wij willen bij deze nogmaals aan de heer [eiser] verzoeken om, desgewenst via u, inzicht te geven in het verblijf in het object en de gevraagde informatie te verstrekken, aangezien wij te allen tijde prefereren gezamenlijk tot duiding en een oplossing te komen. Indien de exploitatie van c.q. de huisvesting in het object door een derde wordt gevoerd, ontvangen wij graag de contactgegevens van deze derde, zodat wij het verdere contact en het onderzoek in casu met die derde kunnen voortzetten. Mocht uw cliënt volharden in zijn huidige standpunt is de gemeente genoodzaakt een ambtshalve aanslag toeristenbelasting op te leggen aan uw cliënt, waarbij de gemeente het aantal overnachtingen zal schatten. Uiteraard heeft deze route niet de voorkeur. (…)”
“(…) Ten eerste merken wij op dat niet cliënt in privé huurder/verhuurder is van de woning aan de [adres 1] , maar [bedrijfsnaam 1] B.V. [bedrijfsnaam 1] B.V. verhuurt de woning vervolgens aan [bedrijfsnaam 2] B.V., die op haar beurt de woning ter beschikking stelt aan CandC Ltd gevestigd te Cyprus aan de [adres 3] , die, voor zover bekend bij cliënt, de woning feitelijk ter beschikking stelt aan de bewoners (de werknemers van CandC Ltd of door CandC Ltd ingeschakelde medewerkers). Cliënt heeft geen inzicht in de afspraken tussen CandC Ltd en de bewoners of eventuele betrokken derden. Cliënt blijft bij zijn standpunt dat hij geen belastingplichtige is in het kader van de toeristenbelasting en handhaaft de reeds ingenomen standpunten. (…)”
“(…) Ten aanzien van de opgegeven informatie van de volgens uw cliënt werkelijke verhuurder van het betrokken object geldt het volgende. (…) Ik neem om te beginnen aan dat u zult begrijpen dat een buitenlandse firma waarmee uw cliënt, of zijn bedrijf, aangeeft een verhuurovereenkomst te hebben waarschijnlijk ook wel vertegenwoordiging heeft in Nederland, als deze alhier zijn medewerkers huisvest. De opgegeven contactgegevens betreffen echter een buitenlandse firma met een buitenlands (vestigings-)adres. Voorts blijkt uit eerste nasporingen dat het opgegeven adres niet bestaat of althans niet bekend is. Ook het opgegeven bedrijf is niet direct vindbaar middels een website of dergelijke. Kort samengevat leidt de opgegeven informatie van de door uw cliënt als de werkelijke verhurende partij niet tot de conclusie dat hiermee de potentieel belastingplichtige voor de toeristenbelasting inzake het betrokken object in beeld is en in het onderzoek kan worden betrokken. Zolang deze situatie ongewijzigd blijft, blijft uw cliënt – al dan niet in privé of als belanghebbende bij een rechtspersoon – voor de toeristenbelasting in beeld als het gaat om het onderzoek naar het verblijf in het object. Ik verzoek u, gelet op het vorenstaande, mij gegevens te verstrekken op basis waarvan het onderzoek wel kan worden uitgevoerd bij de opgegeven firma. Dit zou onder meer de contactpersoon voor de verhuur kunnen zijn. Ik verzoek u mij deze gegevens per ommegaande ter verstrekken. (…)”
“(…) In antwoord op uw schrijven de dato 31 januari 2014 en naar aanleiding van het telefonische onderhoud met ANG van heden, kunnen wij namens cliënt als volgt mededelen. Bij brief van 10 december 2013 hebben wij aangegeven dat CandC Ltd voor zover bekend bij cliënt de woning feitelijk ter beschikking stelt aan de bewoners. Volgens de gegevens van cliënt is CandC Ltd gevestigd te Cyprus aan de [adres 3] . Een vestigingsadres van voornoemd bedrijf in Nederland is bij cliënt niet bekend. (…) U kunt de meest recente gegevens zelf opvragen bij bijvoorbeeld het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Cyprus, of vergelijkbare registratiedienst. Contactpersoon bij CandC Ltd is volgens de gegevens van cliënt de heer [persoon 3] die optreedt namens CandC Ltd. De informatie die namens cliënt is verstrekt is naar de mening van cliënt voldoende om vast te stellen wie de gebruiker/exploitant is van de woning gelegen aan de [adres 1] . (…)”
“(…) In het bezwaar- en beroepschrift is abusievelijk vermeld dat [bedrijfsnaam 1] B.V. de huurder was en de woning vervolgens aan [bedrijfsnaam 3] B.V. doorverhuurt welke laatste op haar beurt ter beschikking stelt aan CandC Ltd. Dit is niet correct. [bedrijfsnaam 3] B.V. is de huurder van de woning die op haar beurt de woning ter beschikking stelt aan CandC Ltd, welke laatste rechtspersoon, voor zover bij belanghebbende bekend, de woning exploiteert c.q. gelegenheid tot verblijf met overnachting biedt. (…)”
“5a. De verkoper zal de koper en/of de door de koper ingeschakelde derden toegang verlenen tot haar perceel teneinde de oogstwerkzaamheden te kunnen verrichten.
[persoon 1] huur komende maand”.
“Hierbij verklaren wij, dat we de huur afspraken van [adres 1] , zijn aangegaan met [bedrijfsnaam 3] BV en niet met de heer [eiser] persoonlijk. Reusel, 3-7-2015. De [persoon 1 en persoon 2] .”
“(…) Tijdens de uitgevoerde controles is bij de afspraken met de belastingplichtigen die opgenomen waren in de controles een aangiftebiljet achtergelaten, danwel direct ter plaatse met de controleur ingevuld en na ondertekening ingenomen. Bij belanghebbende is deze werkwijze niet mogelijk geweest, nu de afspraken telkens werden afgezegd. Als gevolg daarvan zijn aangifte formulieren voor de bewuste jaren toegezonden aan het bekende adres van belanghebbende, te weten [adres 2] . De aangiften zijn ad hoc gemaakt en met een handgeschreven adres op de envelop verzonden. Hiervan zijn geen kopieën bewaard, noch een verzendadministratie aangelegd. Ik heb een blanco aangifte 2012 meegezonden als bijlage, zodat duidelijk is hoe deze eruit ziet. De aangifte van 2014 is wel ingevuld retour gezonden via de gemachtigde van belanghebbende, met daarop de visie van belanghebbende aangaande de belastingplicht voor de toeristenbelasting aangaande de jaren 2012, 2013 en 2014. Dit stuk heb ik eveneens als bijlage bijgevoegd. De verzonden aangiften voor 2012 en 2013 zijn niet retour gezonden door belanghebbende. (…)”
“(…) Dhr. [eiser] is geen belastingplichtige in het kader van de toeristenbelasting, omdat de accommodatie niet door hem geëxploiteerd wordt. Er wordt door [eiser] geen gelegenheid geboden tot verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. Verwezen wordt naar eerdere correspondentie inzake belastingjaren 2012 en 2013 t.a.v. opgemelde object. (…)”