ECLI:NL:RBOBR:2016:6759
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht bij afwijzing verzoek telefonisch horen in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een geschil over de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2014 en de afwijzing van een verzoek tot telefonisch horen door de heffingsambtenaar van de gemeente St. Michielsgestel.
Eiser had verzocht om telefonisch te worden gehoord, omdat zijn gemachtigde het moeilijk vond om alle hoorzittingen fysiek bij te wonen. Verweerder weigerde dit verzoek vanwege het ontbreken van technische faciliteiten en het beleid om hoorzittingen altijd fysiek te laten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat verweerder geen redelijke belangenafweging heeft gemaakt en onvoldoende heeft onderbouwd waarom een telefonische hoorzitting niet mogelijk was. Dit leidt tot een schending van de hoorplicht volgens artikel 7:2 Awb Pro en artikel 25 Awir Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de WOZ-waarde zelf aan de hand van het taxatierapport en vergelijkingsobjecten. De vastgestelde waarde wordt als redelijk en niet onredelijk beschouwd, zodat de rechtsgevolgen van de bestreden uitspraak in stand blijven.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, de bestreden uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar de WOZ-waarde blijft in stand.