ECLI:NL:RBOBR:2016:6971
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om aanvullende schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand bezwaarprocedure
Eiseres was werkzaam als boekhouder en ontving vanaf februari 2015 een WW-uitkering. Na het faillissement van haar werkgever vroeg zij bij het UWV overname van betalingsverplichtingen aan, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar werd het besluit herroepen en een uitkering toegekend, waarbij proceskosten werden vergoed volgens het forfaitaire tarief van €496.
Eiseres verzocht vervolgens om aanvullende schadevergoeding voor de niet-vergoede kosten van rechtsbijstand tijdens de bezwaarprocedure, ter hoogte van €2.820,29. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen op grond van het limitatieve karakter van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank oordeelt dat artikel 8:75 Awb Pro een exclusieve regeling vormt voor vergoeding van kosten in bezwaar en dat artikel 8:88 Awb Pro geen aanvullende vergoeding toestaat. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep ter onderbouwing van dit standpunt en wijst het verzoek van eiseres af.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende schadevergoeding voor niet-vergoede kosten van rechtsbijstand in de bezwaarprocedure wordt afgewezen.