Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Stichting Geïntegreerde Geestelijke
1.Het procesverloop
- De tussenbeschikking van 18 mei 2016,
- het proces-verbaal van getuigenverhoor op 9 augustus 2016 en
- het proces-verbaal van getuigenverhoor op 28 september 2016.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak vordert Stichting Geïntegreerde Geestelijke Gezondheidszorg in Eindhoven en De Kempen (GGzE) de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens gedragingen die neerkomen op pestgedrag, gezagsondermijnend gedrag en het veroorzaken van een verstoorde arbeidsverhouding. GGzE bracht diverse getuigenverklaringen in om haar stellingen te onderbouwen.
De kantonrechter oordeelt dat uit de getuigenverklaringen onvoldoende concreet bewijs blijkt voor de overtreding van de gedragscode en het pestgedrag. Er zijn geen repeterende incidenten of duidelijke voorbeelden die het verwijt ondersteunen. Ook het verband tussen het gedrag van [verweerder] en de arbeidsongeschiktheid van collega’s is onvoldoende vastgesteld. De getuigenverklaringen geven vooral een sfeerbeeld en persoonlijke percepties weer.
Daarnaast is niet gebleken van gezagsondermijnend gedrag in de zin dat opdrachten bewust werden genegeerd. De leidinggevende heeft geen adequate maatregelen genomen, maar ook daardoor is geen verwijt aan [verweerder] toe te rekenen. Het vermeende pestgedrag is ook tegengesproken door getuigen van [verweerder].
De kantonrechter concludeert dat het verzoek tot ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e en Pro g BW niet kan worden toegewezen. Wel wordt het tegenverzoek tot wedertewerkstelling van [verweerder] toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving binnen een termijn van vier weken. GGzE wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding wordt afgewezen en het tegenverzoek tot wedertewerkstelling wordt toegewezen met een dwangsom.