Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
Onderzoek van de zaak:
De beoordeling
DE UITSPRAAK
wijstde vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
af.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 1 maart 2016 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €364.530,18, opgelegd aan verdachte die was veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van 4305 hennepplanten.
De officier van justitie stelde dat verdachte mogelijk ook vóór de aangetroffen periode hennep had gekweekt, wat zou duiden op eerdere oogsten en daarmee financieel voordeel. Dit baseerde zij op aanwijzingen zoals hennepplantendelen tussen potten, potafdrukken, gebruikte netten en lege jerrycans met voedingsmiddelen.
De rechtbank oordeelde echter dat verdachte uitsluitend was veroordeeld voor het voorhanden hebben van de planten en dat uit de rapportage niet kon worden afgeleid dat verdachte ook financieel voordeel had genoten uit eerdere oogsten. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer, waarbij één lid wegens omstandigheden het vonnis niet mede heeft ondertekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van financieel voordeel.