Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 maart 2017 in de zaken tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
B. van der Wielen, opgesteld op 26 oktober 2015. Ook verwijst eiseres naar een door taxateur E. de Brauwer op 6 maart 2015 uitgevoerde taxatie, waarbij het kantorencomplex in zijn geheel is getaxeerd op € 4.375.000.
B. van der Wielen is de kapitalisatiefactor berekend met toepassing van de bottom-up-methode. Eiseres komt daarmee op een kapitalisatiefactor van 7 voor de objecten. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij deze factor heeft berekend. De rechtbank overweegt verder dat de bottom-up-methode pas aan de orde komt wanneer voldoende marktgegevens ontbreken ter bepaling van de kapitalisatiefactor. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er geen geschikte kooptransacties zijn, waarmee de kapitalisatiefactor van de in geschil zijnde onroerende zaken kon worden berekend. Daarnaast kan aan dit rapport ook niet de betekenis worden gegeven die eiseres wenst, nu verweerder onweersproken heeft gesteld dat de in dat taxatierapport vermelde vergelijkingsobjecten [adres 8] , [adres 9] , [adres 10] en [adres 11] niet vergelijkbaar zijn, omdat het geen gelijksoortige objecten betreft, maar gecombineerde objecten met opslag dan wel productie. Voor zover in het taxatierapport is verwezen naar huurtransacties van (een aantal van) die objecten, acht de rechtbank die huurcijfers daarom niet representatief in het kader van de onderhavige waardebepaling. Gezien het vorenstaande kan dit taxatierapport niet afdoen aan de door verweerder gegeven onderbouwing van de waarden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken voor zover deze betrekking hebben op [adres 1] , [adres 1] ;
- stelt de waarde van [adres 1] per waardepeildatum 1 januari 2014, voor het kalenderjaar 2015, vast op € 5.060.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van [adres 2] per waardpeildatum 1 januari 2014, voor het kalenderjaar 2015, vast op € 562.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van [adres 3] per waardepeildatum 1 januari 2014, voor het kalenderjaar 2015, vast op € 504.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
mr. L. Soeteman, leden, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2017.