ECLI:NL:RBOBR:2017:1911
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking naheffingsaanslag parkeerbelasting zonder proceskostenvergoeding wegens ontbreken onrechtmatigheid
Eiser kreeg op 1 oktober 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat er geen geldig parkeerkaartje in zijn voertuig aanwezig was. Verweerder trok deze aanslag uit coulance in, maar weigerde een proceskostenvergoeding toe te kennen omdat geen sprake was van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Eiser stelde dat de parkeerautomaat defect was en hij daardoor niet kon betalen, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Uit het onderzoek van verweerder bleek dat de automaat die ochtend geen defect vertoonde en dat er alternatieve betaalmogelijkheden waren, zoals contant betalen of gebruik van een andere automaat op redelijke afstand.
De rechtbank oordeelde dat eiser bewust het risico heeft genomen door geen gebruik te maken van deze mogelijkheden. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht geen hoorzitting hield omdat de intrekking uit coulance plaatsvond en geen onrechtmatigheid aan het bestuursorgaan kon worden toegerekend.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.