RWE Generation NL exploiteert de waterkrachtcentrale Linne in de Maas en kreeg een last onder dwangsom opgelegd door de minister van Infrastructuur en Milieu wegens overtreding van waterwetgeving, gericht op het beëindigen van ongeoorloofd watergebruik dat leidt tot vissterfte.
De vissterfte bij de centrale is significant, met 18% voor schieraal en 7% voor zalmsmolts, en cumulatief met een andere centrale bij Lith meer dan 10%. RWE maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot het bestreden besluit te schorsen tot 30 juli 2017, onder de voorwaarde dat tussen 1 april en 1 juni 2017 50% van het etmaalgemiddelde rivierdebiet over de stuw wordt geleid om vissterfte te beperken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De bodemprocedure waarin het bezwaar wordt behandeld staat gepland voor juli 2017, waarbij de rechter een definitieve beslissing zal nemen over de vergunning en de last onder dwangsom.