Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2018 in de zaak tussen
RWE Generation NL B.V., te Geertruidenberg, eiseres
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- voorschrift 3 lid 2: Het aangepast turbinebeheer in lid 1 en lid 2 van dit voorschrift dient te worden toegepast in de periode 15 maart tot en met 15 juni en vanaf 1 augustus tot 1 december.
- voorschrift 5 lid 2: Het optimaal visvriendelijk turbinebeheer in lid 1 van dit voorschrift dient te worden toegepast in de periode 15 maart tot en met 15 juni en vanaf 1 augustus tot 1 december.
- de aanhef van voorschrift 7 lid 1: Vanaf 1 augustus tot 1 december (vismigratieseizoen schieraal) dienen de turbines te worden ingezet volgens onderstaand schema (optimaal visvriendelijk turbinebeheer)
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt voorschrift 3, lid 2, voorschrift 5, lid 2 en de aanhef van voorschrift 7, lid 1 , voorschrift 6 lid 4, 7 tot en met 9 en lid 5 voor zover dit betrekking heeft op overige vissoorten, voorschrift 8, lid 3 en 4 voor zover deze leden betrekking hebben op overige vissoorten, van het bestreden besluit;.
- past voorschrift 3, lid 2, voorschrift 5, lid 2 en de aanhef van voorschrift 7, lid 1 als volgt aan:
voorschrift 3 lid 2: Het aangepast turbinebeheer in lid 1 en lid 2 van dit voorschrift dient te worden toegepast in de periode 15 maart tot en met 15 juni en vanaf 1 augustus tot en met 31 december.
voorschrift 5 lid 2: Het optimaal visvriendelijk turbinebeheer in lid 1 van dit voorschrift dient te worden toegepast gedurende twee aaneengesloten maanden in de periode 15 maart tot en met 15 juni en vanaf 1 augustus tot en met 31 december.
de aanhef van voorschrift 7 lid 1: Vanaf 1 augustus tot en met 31 december (vismigratieseizoen schieraal) dienen de turbines te worden ingezet volgens onderstaand schema (optimaal visvriendelijk turbinebeheer)
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,-.