Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verdere verloop van het geding
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
met betrekking tot het loon en overige vergoedingen;
a) In afwijking van het bepaalde in de leden 2,3 en 4a. en 4b. van dit artikel kan de uitzendonderneming met de uitzendkracht overeenkomen de inlenersbeloning toe te passen vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming, dit met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 9 lid 4 van Pro de CAO.