Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2017 in de zaak tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats/woonplaats], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.Het bedrijf is gevestigd aan [adres].
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres, een agrarisch bedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €60.309,50 opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat in 2008. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €17.677,25 vanwege gedeeltelijke gegrondverklaring en matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een juiste stikstofberekening, het niet in acht nemen van een bezinklaag in varkensmest, en het gebruik van mest voor eigen tuin. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht was uitgegaan van door eiseres zelf aangeleverde gegevens en dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stellingen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verzoek tot verdere matiging van de boete werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris bevoegd was om handhavend op te treden ondanks de lange bezwaarprocedure en dat de boete terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €17.677,25 wegens overschrijding van meststoffenwet gebruiksnormen en verklaart het beroep ongegrond.