Eisers werden door verweerder een bestuurlijke boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, stikstof- en fosfaatgebruiksnormen en het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht. Eisers betwistten de berekeningswijze van de gehalten in de mestvoorraden, met name dat verweerder was uitgegaan van gemiddelde fosfaat- en stikstofgehalten in de afgevoerde drijfmest.
De rechtbank oordeelt dat de berekening met gemiddelde gehalten, zoals bedoeld in artikel 94, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, de best beschikbare gegevens oplevert. Eisers konden onvoldoende aannemelijk maken dat de gebruiksnorm niet was overschreden en hadden geen administratie overlegd die een andere berekening zou ondersteunen.
Verweerder had bovendien terecht een correctie voor stikstofvervluchtiging verwerkt in de BEX-berekening, waardoor een aparte correctie niet nodig was. De rechtbank verwierp ook het beroep op de hoogte van de boete, aangezien het beleid rekening houdt met de bedrijfsgrootte.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.