Op 30 september 2016 heeft de verdachte te Eindhoven opzettelijk circa 44.382 pillen met de stof MDMA, een middel op lijst I van de Opiumwet, buiten Nederland gebracht door twee koffers heimelijk te verstoppen en aan te bieden bij de douane voor een vlucht naar Portugal. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen.
De verdachte werd vervolgd en bij de behandeling van de zaak heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van 4 jaar geëist. De verdediging voerde aan dat de verdachte een jonge, naïeve ‘pakezel’ was die misbruikt werd door een criminele organisatie en niet op de hoogte was van de exacte hoeveelheid drugs. Ook werd verzocht rekening te houden met persoonlijke omstandigheden en mogelijke strafonderbreking.
De rechtbank oordeelde dat de ernst van het feit, het grote volume harddrugs en het opzettelijke karakter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Wel werd rekening gehouden met de jeugdige leeftijd en naïviteit van de verdachte, waardoor de straf lager werd vastgesteld dan geëist. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 42 maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest.
Daarnaast werden vier in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaard, waaronder een mobiele telefoon en twee rolkoffers, terwijl andere voorwerpen werden teruggegeven. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.