Eiseres, wier goederen onder bewind zijn gesteld, maakte tijdig bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit bezwaar werd digitaal ingediend met haar persoonlijke DigiD, zonder vermelding van de bewindvoerder. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de bewindvoerder pas na de bezwaartermijn kenbaar maakte het bezwaar voor haar rekening te nemen.
De rechtbank overweegt dat de bewindvoerder de onder bewind gestelde vertegenwoordigt en dat volgens de Hoge Raad geen bijzondere formaliteiten gelden om een bezwaarprocedure over te nemen. Daarom kan de medewerking van de bewindvoerder ook na de bezwaartermijn binnen de hersteltermijn worden verleend.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak benadrukt dat de bewindvoerder formeel betrokken moet worden in procedures betreffende de onder bewind gestelde, maar dat het bezwaar door eiseres zelf kan worden ingediend mits de bewindvoerder medewerking verleent.