De zaak betreft besluiten van de staatssecretaris van Economische Zaken om de toegang tot vijf Natura 2000-gebieden te beperken ter bescherming van natuurwaarden. Eiser, een dronebezitter die in deze gebieden filmt, maakte bezwaar tegen deze besluiten. Dit bezwaar werd door de verweerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen rechtstreeks belang zou hebben.
De rechtbank beoordeelde eerst of de staatssecretaris bevoegd was om deze besluiten te nemen. Gelet op de Natuurbeschermingswet 1998 en de per 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming, is vastgesteld dat de minister van Economische Zaken bevoegd is om toegang tot deze gebieden te beperken.
Vervolgens werd beoordeeld of eiser als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank stelde dat eiser geen voldoende objectief en persoonlijk belang heeft dat hem onderscheidt van andere dronebezitters. Het feit dat hij filmpjes maakt die door derden worden bekeken, is onvoldoende om een rechtstreeks belang aan te nemen.
Daarom is het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.